Warm!

Schijven in de hitte

Freelancers kunnen werken wanneer ze willen. Bij mooi weer zitten ze massaal op een terras aan de rosé of latte. Als het regent gaan ze even hard aan de slag om het werk in te halen. Toch?

Pff… Zwetend zit ik achter mijn laptop stukjes te tikken. Het is hartje zomer en warm, heel warm. Af en toe zet ik de ventilator aan voor een welkom verfrissend briesje. Helaas zorgt dat verfrissende briesje er ook voor dat de papieren op mijn bureau omhoog waaien. Een tijdje probeer ik ze nog tegen te houden door er demonstratief met mijn arm op te leunen tot er te vaak papieren van mijn bureau afwaaien.  Ik geef het op en zet de ventilator uit. Dan maar in een te warme kamer zitten en proberen me te concentreren.

Hete herfst

En toch ben ik wel wat gewend op het gebied van warmte. Warmte? Zeg maar gerust hitte.  Ik heb bijna zes jaar op een van de warmste plekken ter wereld gewoond: de Verenigde Arabische Emiraten. De winters waren heerlijk. Maar vanaf half april of zeker mei werd het steeds heter en steeds vochtiger. Dat bleef zo tot ver in de herfst, soms zelfs tot eind november.

Wat ‘rokjesdag’ voor Nederland is, is ‘condensbrildag’ voor de VAE. Op een dag loop je naar buiten en je (zonne)bril beslaat. Dan weet je dat de hete, vochtige maanden echt zijn begonnen. Maanden waarin je de buitenwereld meestal bekijkt door met condens bedekte ramen.

Airconditioning

Vergeleken met de maanden durende, bloedhete zomers in het Midden-Oosten stellen de zomers in Nederland uiteraard niks voor. Groot verschil is dat in de VAE in alle ruimtes van de huizen airconditioning is geïnstalleerd. Je kunt het binnen dus zo warm of zo koud maken als je wilt. Natuurlijk moet de airco dan wel werken, maar dat is weer een ander verhaal. Een verhaal over hevig zwetende verhuizers. Of een verhaal over een week lang slapen op een matras in de studeerkamer.

Enfin. Het wordt vanzelf wel minder warm. Het gaat vast binnenkort regenen. In Nederland is het immers nooit lang zomer.

De (on)zin van spellingsregels – volgens een tekstschrijver

Spellen volgens de tekstschrijver

Er gaan steeds meer stemmen op om de spellingsregels van ons mooie taaltje sterk te vereenvoudigen. Al die regels zijn zó 2016. Ik word, ik wort of ik wordt – het komt allemaal op hetzelfde neer. Toch?

Laatst keek ik over de schouder van mijn tienerdochter mee terwijl ze –vingervlug als ze is – een whatsappje voor een vriendin aan het tikken was. Ik zag dat ze ‘hij word’ tikte. Ik probeerde niet al te ontdaan te reageren. Een dochter van een tekstschrijver! Een dochter die supergoede cijfers voor het vak Nederlands haalt!  Dat ze een woord als alliteratie met één l of etymologie met th zou schrijven, oké. Maar een dt-fout?

‘t Kofschip

Natuurlijk kent ze de regels van werkwoordvervoegingen perfect en vaart ze in haar dromen op ’t kofschip rond. Of beter gezegd: laat ze zich rondrijden in ’t kofschiptaxietje.  Ze reageerde dan ook heel laconiek toen ik haar wees op de fout. Vervolgens liet ze zien dat haar klasgenoten al whatsappend allemáál de spellingsregels aan hun laars lappen. Buiten het klaslokaal geldt: waarom moeilijk doen als het makkelijk kan?

Eigenlijk had ze nog gelijk ook. Wat maakt het uit of je ‘hij word’ of ‘hij wordt’ schrijft? De lezer begrijpt heus wel wat je bedoelt. Bovendien kent het Nederlands ook wel heel veel spellingsregels en heel veel uitzonderingen op die regels. Ik heb best medelijden met al die kinderen en tieners die ze moeten leren, jaar in jaar uit. In die tijd hadden ze ook kunnen knutselen, muziek kunnen maken, buiten kunnen spelen, Spaans of Chinees kunnen leren….

NT2

En wat te denken van alle nieuwkomers in ons land die Nederlands als tweede taal (NT2) moeten leren? Ze zijn al blij als ze zich een beetje verstaanbaar kunnen maken. Wat maakt een letter te veel of te weinig aan het eind van een woord dan uit? Wie kan het wat schelen of je aliteratie of alliteratie schrijft? Nou ja, mij als tekstschrijver uiteraard.

En toch was ik stiekem blij dat mijn dochter nog snel een t aan ‘hij word’ toevoegde voordat ze het bericht verstuurde.

SEO: het dilemma van een tekstschrijver?

Iedereen heeft een mening over SEO. Voor sommigen is het een magisch woord, voor anderen een commerciële must die mooie teksten om zeep helpt. 

Als freelance (SEO) tekstschrijver schrijf ik teksten over van alles.  Van handgrepen voor keukenkastjes tot design babykleding, en van hotels in Horgen -wie weet waar dat ligt, mag het zeggen-  tot jacuzzi’s. Bijna altijd voor internet. En allemaal volgens de laatste regels van SEO natuurlijk.

Inhouse tekstschrijver

Vroeger werkte ik als redacteur en tekstschrijver in loondienst bij verschillende bedrijven en organisaties. Natuurlijk schrijf je dan ook de meest uiteenlopende teksten voor verschillende media. Nieuwsbrieven, webteksten, artikelen in tijdschriften, folders, jaarverslagen… noem maar op. Maar de teksten die ik schreef of herschreef hadden altijd wel iets met de activiteiten van de respectievelijke werkgever te maken. Soms direct, soms zijdelings, maar uiteindelijk zat ik daar achter mijn bureau om te doen wat ik moest doen als inhouse tekstschrijver: de boodschap van het bedrijf of de organisatie uitdragen.

Leerzaam

Nu ik freelance tekstschrijver ben, krijg ik de meest uiteenlopende opdrachten. De ene keer schrijf ik over kinderkleding, dan weer moet het artikel gaan over de voordelen van kajuitbedden. De uitdaging is dan om over een onderwerp waar je niets van weet toch een prettig leesbaar tekstje te tikken. Gelukkig lukt dat altijd prima, maar soms moet ik me eerst even achter de oren krabben. Andere keren gaat het vanzelf. Toen ik een aantal blogs moest schrijven over huidverzorging, ging me dat wat weer vrij gemakkelijk af. Het leuke is dat je er ook veel van leert. Ik weet inmiddels een stuk meer over VPN en andere technische zaken. Dat is dan weer een van de voordelen van het leven van een  freelance tekstschrijver. Je leert nog eens wat.

To SEO or not to SEO

De meeste opdrachtgevers willen tegenwoordig dat tekstschrijvers SEO-vriendelijke teksten schrijven. SEO staat voor Search Engine Optimalization. Teksten zijn dan zo geschreven dat ze makkelijker vindbaar zijn voor zoekmachines. Begrijpelijk, want als teksten op je website of blog voldoen aan de regels van SEO, kan je website hoger in de ranglijsten van Google komen te staan. Voor een goede tekstschrijver betekent dat een spagaat tussen een mooie tekst of interessant artikel schrijven en voldoen aan de regels van SEO. Het grote risico van schrijven met SEO in gedachten is dat het resultaat een slecht leesbare tekst is waar alles draait om de zoekwoorden. Maar dat hoeft niet. Mijn credo is: ik schrijf webteksten die gevonden én gelezen worden. Ik ben dan ook een tekstschrijver die weet hoe SEO werkt. Ik ben geen SEO-schrijver die alleen kijkt of het zoekwoord vaak genoeg in de tekst staat.

Zoekwoorddichtheid

Heb je een website of een blog en wil je weten of een bepaalde tekst  SEO-proof is? Met andere woorden: staan je zoekwoorden (keywords) vaak genoeg in de tekst? Op internet is een handige en gratis tool om dit te checken: http://tools.seobook.com/general/keyword-density. Keywords moeten een dichtheid van 2-3% hebben. Ik heb natuurlijk ook dit blogje even gecheckt voordat ik hem online zette. Is het duidelijk welke zoekwoorden minimaal 2% moesten zijn? Juist ja, de woorden SEO en tekstschrijver (en dat zijn weer twee die meetellen!).